| 13.05.2006 - 23:00:29
| Danny Caes | Aan het stel "gemotiveerde" pappies die mij destijds in het midden van de refter op tafel deden staan om mij, onder dwang en mits veel hoongelach, hardop te doen uitroepen: "IK NOEM CAES EN IK EET GRAAG KAAS!". Wel, beste ex-pappies, U hebt toenertijd een flinke "pedagogische" bijdrage geleverd aan een verschijnsel dat nog het beste kan omschreven worden als: "mij in mijn hemd zetten". Ja, dat konden ze wel, die zogezegd "gemotiveerde pappies": 9-jarigen uitlachen en treiteren. Ach, ik heb aan het toenmalige zeepreventorium een karrevracht bijtende herinneringen overgehouden... genoeg om er een volledige encyclopedie mee te vullen, ook al was ik er toenertijd slechts 1 jaar (1973-74). Ik had toen blijkbaar "de andere kant van de medaille" gezien: een niet-al-te fraaie kant. Zoveel is zeker.
Ziezo, het ziet er naar uit dat ik mogelijks de eerste (pardon: tweede) bezoeker ben van dit gastenboek. P.S.: ik heb in mijn herinneringen-lijst nog wat vergeten: het vreemdsoortige zoemende en klikkende toestel (lucht-meter) dat op de groene heuvel stond ter hoogte van het medisch paviljoen. Ik stond daar altijd naar te kijken als we daar passeerden, maar ik geloof niet dat ik destijds veel zinnige uitleg kreeg als ik naar de bedoeling van dat toestel vroeg... ("waarom moet hij dat weten?"). Ik liep in dat zeepreventorium dan ook steeds rond met een hoofd vol onbeantwoorde vragen... En dan zou ik vol enthousiasme en blijdschap aan sport-en-spel moeten gedaan hebben zeker?!?!
|
|---|
|
|---|
| 15.05.2006 - 16:17:17
| D.C. (Suske nr.3010, Jerommeke nr.302) |
Toch nog even een kleine en eerder amusante herinnering toevoegen. Zo stonden we eens op het sportveld vooraan aan het complex, tijdens zonnig maar winderig weer. Dat sportveld was omgeven door een "muur" bestaande uit een vlechtwerk van "ijzerdraad". Men kon er dus gewoon doorheen kijken, en de wind ging er dwars doorheen, zoals bij een tennisveld of zo. Aan de zijkant was er een soort "deurtje". Dat deurtje bestond eveneens uit draad, maar het stond wagenwijd open. Pappie Dirk (de tofste pappie van het pappiekorps) riep uit: "Doe die deur eens toe, het tocht hier!!!".
Een andere herinnering betreft het "Popmuziek-concours" dat we deden m.b.v. allerlei rommel en schroot dat we rondom het hele complex vonden. Zo stond ik gedurende die betreffende avond (tijdens het "concours" zelf dus) vol overtuiging mijn "muzikale kunsten" ten gehore te brengen via een rammelende fles gevuld met knikkers. Ik herinner mij ook nog iemand die toen waarschijnlijk al een voorloper was van "Einsturzende Neubauten" (!), want die stond zich blauw te hameren op een aantal stalen linten en een lege bierbak. Dus volgens mij werd PUNK uitgevonden in het ZEEPREVENTORIUM, anno 1973!!! Ik vraag mij nu toch wel af of hij (de "pionier van de pre-punk") het zich nog allemaal kan herinneren.
P.S.: herinnert er zich nog iemand de kerel die we "De Kat" noemden? (dat was een kerel die via de afvoerpijpen aan de buitenmuren op daken kon klimmen, zodanig snel en behendig dat we hem "De Kat" noemden, naar de gelijknamige TV-reeks uit die tijd). En wat zou er van Mammie Lut geworden zijn...
|
|---|
|
|---|
| 15.05.2006 - 20:16:15
| w desmet | DC vraagt naar mammie Lut Voor zover ik weet is ze getrouwd met pappie Noel van de sioux en zijn ze samen verantwoordelijk voor het begeleidingstehuis "tronkestik" in Assebroek/Brugge
|
|---|
|
|---|
| 16.05.2006 - 12:03:48
| Danny Caes (a.k.a. Suske 3010) | Hier een kort overzicht van een aantal namen die ik mij nog kan herinneren (Suskes en Jerommekes uit 1973-1974): Luc Marchal, Olivier Maison, Rudy Van Cauwenberge, Luc Stepman, Herman Blondeel, Conrad (?), Alain (?), Didier (?), "De Kat", "Pietje van Brussel" (of zoiets). En dan ook nog: meneer Aspenslagh (leraar), mevrouw Rubbens (lerares), Luc Hoorn, Mieke Tytgat (mede-leerlingen in de klas), "Foetsie" (de nachtwaker), Stella (?)(een schoonmaakster), Mammie Lut, Pappie Dirk, Pappie Patrick, Ernst, Bernadette, Joost, ...Van Akker (?), Erika (of Ulrika?) waar ik een oogje op had, Belinda (?) of Linda (?) waar ik eveneens een oogje op had, Vera (?), "James" (volgens Luc Hoorn "een wijs ventje"), "Bibi" (de witte hond in de hoeve; maar het kon ook de zwarte hond geweest zijn, want er waren er daar twee), etcetera... etcetera...
(De nachtwaker heette Poetsie en niet Foetsie, red.)
|
|---|
|
|---|
| 19.05.2006 - 10:36:16
| Danny C. (Suske 3010, Jerommeke 302) | Het onderzoek dat vooraf ging aan mijn tragikomisch verblijf in het Z.P.M. (1973-74) is ook wel een boek waard. Nu, ik kan tenminste zeggen dat ik destijds samen met een schoonmaakster (een "meid") van de Neermeerskaai (school te Gent) heb moeten staan wachten op de tram, die ons dan gezamenlijk naar het P.M.S. zou brengen, alwaar ik een hele dag lang gekeurd en gewogen werd. Wilt U mij geloven, beste lezers, dat ik op den duur niet meer wist van welk hout pijlen maken? Ik was totaal de kluts kwijt. Het verdict: RECHT NAAR HET ZEEPREVENTORIUM! Maar zeg nu eens eerlijk, hoe zou U zelf zijn moesten ze U, op een ochtend, na uw aankomst op school, zeggen: "Je moet naar de refter want er staat daar een schoonmaakster op U te wachten", en vijf minuten later zit je op een tram die je, zonder dat je het goed en wel beseft, naar één of ander obscuur onderzoekcentrum brengt... Het leek wel een scene uit de film "A Clockwork Orange" van Stanley Kubrick! Vanaf dat moment in 1973 (die rare dag daar in dat onderzoekcentrum) ben ik beginnen beseffen dat het inderdaad 100 percent waar is hetgeen "Vuile Mong en zijn Vieze Gasten" destijds zongen: "Het leven is een apekot!".
|
|---|
|
|---|
| 19.05.2006 - 11:17:41
| D.C. (3010-302). |

Zoutwaterzwembadperikelen... Tja, en daar zat ik dan, op de rand van dat zoutwaterzwembad, niet wetende wat er precies ging gebeuren. Dezomer (de zwem-moniteur) stond mij werkelijk het water in te kijken. Maar ik had potverdorie nog nooit gezwommen! De anderen uit mijn klas kenden de militaristische oefeningen rats van buiten, maar ik... (ik had echt het gevoel alsof ik van een andere planeet kwam). Bon, dus Dezomer stond mij nog altijd het water in te kijken. Wat er vervolgens precies gebeurde weet ik niet meer. In ieder geval... opeens lag ik in het water. En ZOUT dat het smaakte, dat water! Dezomer zei: "Wel ja, het smaakt een beetje zout, en dan?!?!". Tssss... kun je nagaan... wat een "mooie" kennismaking met het zoutwaterzwembad en met vriend Dezomer dat het toch wel werd... (alsook een... eh... "frisse" kennismaking met de ijskoude douche waaronder we steeds tot 10 moesten tellen. Niet van "12345678910", maar wel: "Eén... Twee... Drie... Vier... Vijf... Zes... Zeven... Acht... Negen... Tien..."). Tegen dat de "Tien" eraan kwam klonk ik net als Demis Roussos die, onder dwang, een heliumballon had moeten leegzuigen! Echt, tegenwoordig heb ik iets tegen zwembaden en bijbehorende douche-toestanden. Mij krijg je niet meer in een zwembad!
|
|---|
|
|---|
| 19.05.2006 - 12:10:52
| D.Caes (ex-Suske, ex-Jerommeke) | Eén van de meest onvergetelijke periodes (nuja, "onvergetelijk"...) was de periode toen ik een soortement pseudo-verkoudheid had opgelopen, en voor onbepaalde tijd in het Medisch Paviljoen terecht kwam. Vanuit het ziekenbed had ik een prachtig zicht op het hemel-firmament (het "zwerk", gezien door een groot raam), en op zekere dag observeerde ik een hoogst merkwaardig natuurfenomeen: een vage grote lichtgevende ring rondom de zon (dit was hetgeen ik pas veel later zou hebben leren kennen alszijnde de "HALO MET RADIUS 22 GRADEN", dit via het eerste deel van "De Natuurkunde van 't Vrije Veld" van professor Minnaert). Had ik in die tijd (in 1973) tegen iemand gezegd dat ik een grote witte ring rond de zon had gezien, ze verklaarden mij krankjorum! Tja, je kon niet echt veel zeggen, want het werd toen steeds gewikt en gewogen. En werd hetgeen je zei als "niet alledaags" aanzien, dan wist je het wel... (ik zei dus niet zo veel in die tijd, want ik had het gevoel dat ik steeds de boel op rolletjes bracht als ik mijn mond echt open deed). Nu, we zijn ondertussen in het jaar 2006 aanbeland (in een nieuw millennium!), maar ik heb nog steeds het gevoel dat ik toch nog goed moet opletten met hetgeen ik zeg. Met andere woorden... we zijn nog geen haar opgeschoten sinds de enge dagen van de duistere middeleeuwen! Inplaats van voorwaarts gaan we terug achterwaarts. In sneltreinvaart dan nog wel.
|
|---|
|
|---|
| 19.05.2006 - 22:19:48
| Danny Caes (3010/302) | Het Zeepreventorium-Bij-Nacht was toch ook wel een speciale ervaring. De dagelijkse nocturnale verschijningen van "Foetsie" (de nachtwaker) verliepen steeds als volgt: eerst zag je een flauw wispelturig lichtschijnsel op de muren in de gang (het schijnsel van zijn zaklantaarn waarmee hij "een kilometer ver" kon schijnen)(althans, volgens ons was dat dus zo), vervolgens hoorde je een soort zwak "ffft, ffft, ffft, ffft, ffft" (dat waren zijn pantoffels die vluchtig langs de grond sleepten). Dat geluid werd geleidelijk een krachtig soort "FFFT, FFFT, FFFT, FFFT, FFFT", en ik dacht dan ook steeds: "Is die Foetsie nu zo achterlijk dat hij steeds opnieuw denkt dat we hem helemaal niet horen afkomen?!?!". Eénmaal aan onze slaapzaal aangekomen richtte hij zijn krachtige "phare" recht naar ons, en ik dacht: "Ik ga mijn ogen toe doen want anders zal hij de reflectiepuntjes van zijn lamp in mijn ogen zien, en dan weet hij dat ik niet aan het slapen ben". Na zo een minuutje in onze richting staan schijnen hebben, zette hij dan maar zijn koers verder, en ving geleidelijk het rumoer in onze slaapzaal opnieuw aan...
|
|---|
|
|---|
| 21.05.2006 - 12:27:50
| De alerte Danny C. (3010-302) |
Tja... en dan die keer toen de pappies ons (de Jerommekes) het "koud zweet" deden krijgen i.v.m. een op-komst-zijnde toestand van 'springtij' en een mogelijke zware nachtelijke storm. Er werd ons tijdens de uren daarvoor (tijdens de dag) dus duidelijk gemaakt dat we het "zwaar te verduren zouden krijgen" en dat de kans bestond "dat het zeepreventorium zou overstroomd worden". Wij werden dus allemaal behoorlijk bang gemaakt ("ALARM!" in het kwadraat). Maar TOCH probeerden velen die nacht gewoon de slaap te vatten. En wat ik tot op de dag van vandaag nog altijd niet begrijp, is het feit dat er tijdens die nacht NIEMAND van de Jerommekes wakker lag toen die storm inderdaad lelijk huis hield. Enkel ikzelf stond aan het raam naar buiten te kijken, naar de vlaggemasten, die op een zéér ongewone manier stonden te trillen, terwijl de regenbuien in vlagen tegen de vensterramen kletterden. En iedereen lag dus... vredig te slapen. Waar was dan al die heisa van de pappies voor nodig geweest? De volgende dag werd er dan ook geen woord gerept over de storm die gedurende de voorgaande nacht heftig te keer ging. Hadden ze toen allemaal iets geslikt of zo?
|
|---|
|
|---|
| 24.05.2006 - 14:04:07
| Danny Caes (ex-Suske, ex-Jerommeke) | De meest positieve en meest leerrijke ervaringen tijdens mijn verblijf in het Zeepreventorium ('73-'74) waren de talloze natuur- en hemelverschijnselen die waarneembaar waren vanop het strand en de duinen (zowel overdag als 's nachts). Zo heb ik daar tal van prachtige zonsondergangen gezien, allerlei vreemdsoortige halo-verschijnselen rond de zon ("Parhelia", etc...), een "stofduivel" (een strandhoos), bioluminescentie (lichtgevend plankton op het natte strandgedeelte), de sterrenhemel (ik had steeds een klein pocket-sterrengidsje bij dat ik vanonder in mijn broekspijp en laars bewaarde, om er af en toe eens in te kunnen zitten bladeren, vooral als we ons verveelden in de refter of in de slaapzaal). In ieder geval heeft dat verblijf daar aan zee mijn ogen wijd geopend, maar NIET tijdens de zwem-sessies in het zoutwaterzwembad! Dan waren ze stevig toe.
|
|---|
|
|---|
| 01.06.2006 - 13:14:42
| Danny Caes | Het strand van De Haan lag er in 1973-1974 niet bepaald fraai bij! Zo herinner ik mij, van toen ik destijds "Suske" en "Jerommeke" was, tal van zwarte olieklodders en een soort grijze halfvaste blobbers die vanonder aan de laarzen bleven hangen. Om maar te zwijgen van het achterlaatsel van de paarden. Nu, in verband met paarden... die bleken in het zeepreventorium ergens een cruciale rol te spelen, want ik had steeds de indruk dat het verschijnsel "paard" erg aanbeden werd. Keken we naar televisie, dan was er steeds één of andere paarden-serie te zien. Werd er daar iets getekend of geschilderd, dan was het een afbeelding van een paard. En omdat de stripreeks "Roodoog" (van Gordon Bess) daar frequent gelezen werd, werd het paard "Kataklop" dan ook erg geprezen. Gedurende mijn verblijf in het zeepreventorium werd mijn haar (dat oorspronkelijk bruin van kleur was) geleidelijk vlasblond. Waarschijnlijk werd dit veroorzaakt door het zoute zeewater en de zon. Ik leek op de duur wel op Brian Jones van de Rolling Stones! Geen wonder dat ze mij zo vreemd stonden te bekijken toen ik weer op de speelplaats van mijn school in Gent stond (na dat jaar in het zeepreventorium). Ik zag eruit als een echte rebel! Maar ja, dat was dus de bedoeling van het P.M.S. en het zeepreventorium, want ze gingen destijds van mij "een gangster" maken die "tegen een stootje zou kunnen". Toen ik dus weer op mijn school in Gent zat, zag ik plots allemaal zeemzoete doetjes rondom mij! Tracht je dan maar eens aan te passen aan zo'n brave omgeving! DAT GAAT NIET!!! (en nu nog altijd niet).
|
|---|
|
|---|
| 03.06.2006 - 16:23:29
| Danny C; het ex-suske en ex-Jerommeke. | Beste lezer of lezeres, ik hoop dat U het nog steeds ziet zitten na al hetgene dat U van mij al te lezen hebt gekregen. Men zou er, na het lezen van dit alles, zowaar bij vergeten wat "levenslust" is! Maar ja, een dag in het Zeepreventorium was te vergelijken met een dag in het leger (want... ook in het Zeepreventorium was de logica soms ver zoek!).
Bijvoorbeeld: het aantal keren dat ik van de godsdienst-lerares buiten aan de deur van het klaslokaal moest zitten wachten tot de leraar zedenleer zou opdagen. En denkt U dat die zich toen liet zien? Ja, slechts twee of drie keer, op een heel jaar tijd. Toeval of niet, maar zo moest ik eens, toen ik voor de zoveelste keer buiten aan die deur zat te wachten, heel erg naar het toilet. Ik vond het echter nogal "ongepast" om ineens die deur van dat klaslokaal open te doen, om te vermelden dat ik dringend naar het toilet moest. U kunt dus al raden wat er toen gebeurde. Ik dacht: "Ik ga nu niet naar het toilet, want wat zou er gebeuren als die leraar zedenleer nu TOCH eens zou opdagen, wat dan?" (ze zouden volgens mij gepanikeerd hebben omdat ik plots spoorloos verdwenen was! Zo redeneerde ik dus). En om, ochot, de rust te bewaren deed ik dan maar in, eh, tja... ik hoef het hier niet verder uit de doeken te doen veronderstel ik. Het werd in ieder geval een ONTZETTEND vochtige vertoning, daar buiten aan die deur. Gezien de rampzalige toestand kon "Hij van hierboven" mij tenminste toch eventjes ter hulp schieten? (ook al volgde ik geen godsdienst). Maar nee hoor, zelfs HIJ liet zich niet zien. Evenals die leraar zedenleer trouwens. Waar zat die eigenlijk? Dat vraag ik mij nog steeds af...
|
|---|
|
|---|
| 04.06.2006 - 12:39:11
| D.Caes (3010/302). | Er zijn zo van die herinneringen die steeds zullen bijblijven, ook al stellen ze qua inhoud helemaal NIETS voor. Het vreemde van de zaak is dus, dat we ons steeds datgene zullen blijven herinneren waar we helemaal NIETS mee kunnen aanvangen. Ik noem het "wegwerp-herinneringen". Zo herinner ik mij een bepaald moment tijdens een bewolkte namiddag (of vroege avond) waarbij één of andere niet-gemotiveerde mammie ons meenam naar het strand. Zij (die mammie) liep in zichzelf gekeerd en doelloos doorheen de tunnel te kuieren, met ons (een stoet Jerommekes) achter zich aan. Eens op het strand aangekomen... tja, daar waren we dan... op het strand dus. En die mammie, die was dus, eh, ook "op het strand" (enkel fysisch, want ik veronderstel dat ze zich psychisch HELEMAAL NIET op het strand waande). Beste lezers, kunt U zich voorstellen wat voor een ongelooflijk interessante strand-excursie het toen werd? Zelden zo'n vrolijke namiddag meegemaakt als toen. Ik dacht voortdurend "hoe moet het nu verder met ons?". Want die mammie, daar was helemaal niks mee te beginnen. Toen we haar iets vroegen kregen we een soort antwoord (nuja... "antwoord") dat nog het best te vergelijken was met het binnenmonds geprevel van een ondergedompelde monnik. En gezien het feit dat de zee ook een geluid voortbracht (golfjes, etc...) was er van die mammie en haar vocale "kwaliteiten" dus bitter weinig te bemerken. Ik vraag mij nog steeds af hoe we de terugweg naar het preventorium volbracht hebben (dus terug doorheen de tunnel). Ik meen mij ergens te herinneren dat we toen intuitief hebben aangevoeld dat die mammie zin had om terug naar binnen te gaan, en dat wij haar dus noodgedwongen "begeleid" hebben, inplaats dat zij ons begeleidde... Weet U, in mijn notitieboekje (volgepropt met Z.P.M.-herinneringen) staat deze herinnering geklasseerd alszijnde de "mammie-blues". Terzijde: in de "Turangalila symphonie" van de Franse componist Olivier Messiaen is op een bepaald moment een hoogst merkwaardig stukje muziek te horen (een stil stukje, waarbij men, tijdens het beluisteren ervan, sterk het gevoel krijgt dat er in de ons omringende wereld helemaal geen antwoorden zijn, enkel vragen). Welnu, dat stukje muziek paste ZEER goed bij die doelloze strand-excursie met de niet-gemotiveerde en in zichzelf gekeerde mammie.
|
|---|
|
|---|