| Navigation Forum | Zeepreventorium Préventorium Marin | De Alexander-jaren Le prévent du temps d'Alexander | De visie van Alexander in de praktijk |
|---|
Le préventorium marin (ZPM)La vision du professeur Alexander en pratiqueHet zeepreventorium (ZPM)De visie van professor Alexander in de praktijkDe Alexander-jaren - les années-Alexander |
|
|---|
In de voorbije maanden ben ik in contact geweest met een aantal mensen; daardoor heb ik een beter algemeen beeld van de professor gekregen. Het is natuurlijk het personeel (vooral de leraars) die mij het meest geholpen hebben, kinderen hadden maar een al te fragmentarisch beeld van de situatie.
Fernand Alexander zag zichzelf als een soort Baden Powell (de uitvinder van de Boy Scouts); het zeepreventorium was dan ook een laboratorium waar zijn onderwijsmethoden toegepast werden: kussenklassen, pappies en mammies, schilderen op de muren. De strenge opvoeding was ook aanwezig: het was bijvoorbeeld verboden posters op de slaapkamers te hangen en muziek was er nooit te horen... behalve in de franstalige school (La Ruche) of in de klas van De Rus. Er was veel sport en buitenaktiviteiten op het programma.
Communikatie met de professor was niet gemakkelijk; hij zat wel op een gewone kussen zoals iedereen, maar niemand durfde zijn mond open te doen. Het gebeurde soms dat een leraar illico-presto-subito naar het bureau van de professor geroepen werd (en zijn leerlingen in de steek moest laten) als hij iets gekregen had (de eerste rekenmachine, of een nieuw medisch toestel) en een leraar uitleg moest geven over de werking van het ding. Ik bewonder zijn leergierigheid.... maar minder de manier waarop het moest gebeuren.
Beide foto's zijn emblematisch voor de situatie in de instelling: de enige personen die tot zijn vertouwenskring behoorden waren Jean Flahaut (maar die stierf in een verkeersongeval) en Jean Chevaillier (maar dat was geen babbelaar).
J'ai été en contact avec bon nombre d'anciens du préventorium dans les mois écoulés. Cela m'a permi de me faire une idée plus complète du professeur Alexander.
Le docteur Alexander se voyait comme une sorte de Baden Powell (l'inventeur des scouts) mèlé de Jean-Jacques Rousseau ("Emile, ou de l'éducation"); le préventorium marin était ainsi son jardin d'expérimentation où il pouvait appliquer ses principes sur l'éducation: l'enseignement sur des coussins, les pappies et les mammies, la peinture sur les murs. L'enseignement était aussi assez sévère: pas de posters aux murs des dortoirs, pas de musique dans le batiment... sauf dans l'école francophone de La Ruche. Le sport et le dépassement de soi étaient omniprésents.
Les échanges de vue avec le professeur étaient partiquement tous à sens unique: le professeur était bien assis sur un coussin comme tout le monde, mais il n'y avait personne qui osait dire quelque chose. Il arrivait quelques fois qu'un instituteur soit appellé de sa classe pour venir expliquer au professeur le fonctionnement d'un cadeau (la première calculatrice ou une nouvelle machine).
Les deux photos ci-dessus indiquent on ne peut plus clairement la situation: les seules personnes de confiance étaient Jean Flahaut (mais il est décédé dans un accident de la circulation) et Jean Chevaillier (mais il n'a aucun don de grand communicateur).
Le prévent a publié un communiqué de presse après le décès d'Alexander où il était question d'une "maladie chronique". Le communiqué n'avait pas totalement tort, puisque Alexander souffrait de calculs aux reins. Le suicide était totalement tabou en ce temps la, et aucun journal de l'époque n'a fait mention de son décès.
| 31.10.2006 - 00:36:01 | Jean-Pierre Dubois | Dokter Fernand Alexander vertelde me meermaals dat hij in 1949 in de instelling belandde en dat hij enkele jaren bijna als vanzelf geneesheer directeur werd. Hij werd in Brugge geboren in 1927. Hij was dus nog dokter in opleiding toen hij er in 1949 als 22-jarige aankwam. Volgens wat hij op bewaarde interviewcassettes vertelt, werd hij hoofdarts rond 1957. Hij was dus plusminus dertig en nog niet lang actief als dokter. Wel had hij van meetaf aan de gewoonte te kijken naar voorbeeldige projecten en hier en daar te gaan kijken naar wat van nut kon zijn. Experimenten is niet het juiste woord, maar ieder medisch geschoolde zal met zelfkennis en begrip voor mensen en evoluties beamen dat met verstand uitproberen en voortdoen altijd van belang zal blijven voor een goede geneeskunde. In juni 1975 vertelde hij me tijdens een interview dat de toekomst voor mensen zou zijn die voluit samenwerken op grond van hun eigen waarden, kwaliteiten, inzichten, opleiding, menselijkheid. Hij gebruikte de toverwoorden van zijn tijd: we moeten een 'modus vivendi' vinden tussen het een en het ander (ik parafraseer) (een modus vivendi is hier een Latijnse uitdrukking, te begrijpen als 'leef- en werkbaar model'). Andere woorden die tot op heden soms meer naar de letter dan naar de geest worden bezongen, zijn: multidisciplinariteit (wetenschappers of therapeuten die met elk hun eigen achtergrond en opleiding samenwerken en elkaar aanvullen) of zelfs polydisciplinair werken (poly = meer, dus werken met meer vaklui uit diverse hoeken aan hetzelfde ziektebeeld, dezelfde persoon in het ZPM). Voor het gebruik van deze en andere toverwoorden had de dokter geen aanmoediging nodig, maar net als de eeuwig blauwe politicus uit Brakel kon hij zijn eigen taal scheppen om zijn overtuiging krachtig uit te drukken. In een tijd dat journalisten nog aan de lippen konden hangen van hun geïnterviewde, maakte zijn verbale intelligentie zeker indruk. Maar ik blijf ervan overtuigd dat hij ook geloofde in de herstelbare, ja: de maakbare mens. Een mensbeeld dat hij tot groei en bloei zag komen in en om dat huis in de duinen. Maar ook toen al was de realisatie het samenspel van veel mensen, zoals de opvoeders in wording (geen verwijt, maar een genuanceerde vaststelling met mildheid want de meesten deden echt wel hun best), de leerkrachten van allerlei pluimage, de verpleegkundigen, zijn mededokters, de kinesisten, de sportleraren, het verzorgend en ondersteunend personeel. Kortom, iedereen die in een instelling werkte waar de kinderen toch dag en nacht centraal stonden. Ongeacht de visie of de bevlogen woorden. |
|---|
| 31.10.2006 - 01:02:04 | Jean-Pierre Dubois | In 1980 was ik al enkele jaren voltijds aan het werk als jonge wetenschapsjournalist. Het nieuws over het - hoe dan ook - dramatisch levenseinde, vernam ik op verscheidene manieren. Het is zo een gebeurtenis waarvan je een kwarteeuw later nog weet waar je toen was en wat je deed. Ik kan de tijdsgeest uit ervaring bevestigen. Toen ik de toenmalige hoofdredacteur van dagblad Het Volk, waarvoor ik sinds april 1980 schreef, vroeg of ik een evenwichtig stuk mocht maken, vroeg hij me telefonisch of ik wel wist dat 'we niet schreven over zelfdoding'... ? Komt daarbij dat de dokter vrijzinnig was (en 'van de loge'; ook al zoiets waarover tot op heden veel onzin wordt verteld omdat niemand goed weet wat dat precies is en wat vooral niet). Van de hoofdredacteur van Spectator, het toenmalige opinieweekblad uit dezelfde Drukkerij Het Volk N.V., kon ik vijftig tot vijfenzeventig regels krijgen voor een... portret over het leven en het werk van deze schielijk overleden dokter. Dat vond ik ook te sneu en vooral te weinig ruimte voor correcte en evenwichtige journalistiek. Eerder, in oktober of november 1980, had ik de dokter nog ontmoet in de Brugse stadsschouwburg. Ik was er van op de hoogte dat hij daar een voordracht hield voor liberale gepensioneerden uit Brugge. Ook toen had hij wijze woorden in petto, want wie kan nu nog betwisten dat er een generatie senioren zou opstaan die niet meer naast de kachel wil blijven zitten maar de wereld wil zien, en in beweging blijven. Een dokter moet / mag een visie hebben over mensen en de wereld waarin ze leven. Dat lijkt me zelfs essentieel om dokter te kunnen zijn met begrip voor die medemensen en hun leefwereld. Ik fotografeerde hem omdat ik verwachtte dat ik recente foto's zou kunnen gebruiken bij een stevig artikel over... en ook met hem. Essentieel voor een goede weergave van feiten is en blijft journalistiek met recht op hoor en wederhoor. 'U weet dat er over u wordt gepraat?' vroeg ik hem met gevoel voor understatement (maar een journalist mag terughoudend en afstandelijk blijven van de 'partijen'). We hadden het hier niet over en misdadiger, maar over een arts met wat controversieel geworden gewoonten en omgangsvormen met mensen en dingen. Uiteraard kan ik ook nu niet verklappen wie mijn 'bronnen' waren, maar uit de hele feitelijke context weet ik sindsdien wel dat er slechts één kapitale fout is gebeurd die tot het dramatische einde leidde. Een gerechtsmedewerker haalde het in zijn hoofd een mogelijke 'verdachte' eventjes vooraf telefonisch te tippen en de raad te geven... te verdwijnen. Dit verhaal kent nu iedereen, of iedereen kende het (want veel perslui uit die tijd zijn verdwenen, met pensioen of overleden; en niet iedereen heeft zo een enorm geheugen en dossierkennis om roddels en feiten van elkaar te kunnen scheiden). Ikzelf woog en wikte mijn woorden altijd: voor mij blijft het een levensgeschiedenis waar nu geen vervolg meer aan te breien is. Vragen blijven er altijd als iemand zonder antwoorden verdwijnt. In welke mate waren de woorden van Alexander, in een interview met kinderen in juni 1973, veelbetekenend voor dat einde? Hij zei toen dat alles wat leeft moet blijven veranderen, en als dat niet meer gebeurt is er voor hem de vaststelling dat hij zijn taak niet meer vervult. Een botsing van werelden? Een conflict van visies? Van culturen? Van eigen zin en van eigenzinnigheid? Eigenzinnig zijn is geen gebrek dat iemand tot een te verguizen mens maakt. Maar iedereen weet dat het moeilijker leven is met dergelijke kleurrijke figuren dan met mensen die kiezen voor de middenweg. Zelf maak(te) ik nooit een proces en ik speculeerde niet over dat levenseinde dat opging in rook, mist en (begrijpelijk) stilzwijgen. Het is echter niet immens moeilijk te erkennen dat het Zeepreventorium voor, tijdens en na dokter Alexander een evolutie heeft ondergaan én zelf heeft gecreëerd, en in die zin werd en wordt nu nog zelfs de levenswil, het levensmotto van de dokter voortgezet... Woorden wegen, maar daden tellen. Is dat geen troost voor de meeste mensen? |
|---|
| 31.10.2006 - 01:09:24 | Jean-Pierre Dubois over posters | Blijkbaar zette het kwaad bloed dat de kinderen destijds geen plaatjes of posters met vedettes aan de slaapkamermuren mochten bevestigen. Dokter Alexander kreeg die vraag ook te slikken van de tiener die hem in juni 1973 interviewde naar aanleiding van de portrettengalerij met foto's van personeelsleden. Vreemd maar ik vond dat verbod nooit vreemd. Blijkbaar had zijn uitleg over het voorkomen van stof, toen al indruk op mij gemaakt. Het is toch een feit dat stof zich achter papieren posters kon ophopen? Waarom waren de overgordijnen trouwens uit kunststof gesneden en niet uit textiel? Toch ook om stofophoping te voorkomen. Wellicht speelde ook mee dat posters ontsierend konden zien en de wanden beschadigen. Lijkt me plausibel. Hingen er posters in de kamers van de kinderen van de dokter? Geen relevante vraag, maar toch. Ik vond dat alleszins zelf geen drama, maar ja: smaken en zo kunnen verschillen. Op een bepaald ogenblik behingen ze de wanden toch ook met een stofafstotend textiel? Of heb ik dat gedroomd? |
|---|
| 31.10.2006 - 01:16:49 | Jean-Pierre Dubois over de stoute opv... | Een opvoeder die al was afgestudeerd in 1979... stuurde me toen overigens een brief met een uitnodiging voor een wandeling van HISS-studenten in De Haan. Al bij al is dit nog te relativeren, vind ik, want hoe zeldzaam is deze ene betoging of optocht niet geweest?... Het mag veeleer een wonder heten dat zovele generaties sociale schoolstudenten ook als opvoeders werkten in de instelling. Wellicht was de betoging iets dat ze hadden opgestoken in hun lessen: sociale weerbaarheid of het in de praktijk brengen van de schoolboekentheorie. Mensen in contact brengen met stof om over na te denken, is meestal gevaarlijk... als ze de tijd hebben om er over na te denken. Als ex-patiënt en journalist die toen ook al volop actief was, weet ik dat de grieventrommel een amalgaam van beweringen en klachten was. Wellicht was de kern van het probleem veeleer het gevoel niet gehoord te woorden door de directeur. En misverstanden leidden daarna tot meer misverstanden. Maar een enorme uitvergroting van wat beperkte feiten heeft nu geen zin omdat de meeste betrokkenen verdwenen of zwegen. |
|---|
Tevens zaten we als HISS-student tussen twee stoelen. We waren in feite naar het HISS gekomen om het diploma van maatschappelijk assistent te bekomen maar dit ging gepaard met soms zeer zware fysische en/of psychische spanningen. Nochtans zeg ik dat ik tijdens mijn studies een fantastische tijd heb gehad bij de Copains. Soms waren er, voornamelijk in het beging van mijn studies, een paar gasten die mij het leven moeilijk maakten (remember Benny Deschepper) maar met de tijd en de ervaring ging dit allemaal wel gemakkelijker. Mijn ervaringen tijdens die jaren -zowel met dr. Alexander en met de kinderen - zijn voor mij een ideale springplank geweest voor mijn later professioneel leven. Wat er met hem ook moge gebeurd zijn, voor mij blijft hij iemand die mijn leven beïnvloed heeft. |
Om te besluiten: juist nu is een documentaire over de betekenis van het ZPM betaal- en realiseerbaar geworden. De hier gepubliceerde antwoordbrief is niet de enige van de hoofdarts... Ze moeten uiteraard binnen de juiste context begrepen worden. |
Code à introduire![]() In te geven kode |
|---|